Jouw browser ondersteunt niet de vereiste technologie om deze website te bekijken. Upgrade nu.

0
Vanitastafereel - Pieter Boel

Vanitastafereel

Pieter Boel

(1622 – 1674)

Pieter Boel werd geboren in een kunstenaarsfamilie. Zijn vader en zijn broer waren graveurs. Boel zou volgens sommige bronnen in de leer geweest zijn bij Frans Snijders (1579-1657). Hoewel hij zeker beïnvloed is door die grootmeester, lijkt het aannemelijker dat Boel zijn leertijd doorbracht bij Joannes Fijt (1611-1661). Hij werkte ook samen Erasmus Quellinus II en Jacob Jordaens voor onder meer de figuren in zijn schilderijen. Boel schilderde hoofdzakelijk jacht-, bloemen-, dieren- en vanitasstillevens. Hij reisde in de jaren 1640 naar Italië, waar hij in Genua en in Rome verbleef. Daar leerde hij de Genuese schilder Giovanni Benedetto Castiglione (1609-1664) en de stillevensschilder Giuseppe Recco (1634-1695) kennen. Van hen leerde hij de dramatiek in zijn doeken op te drijven door schaduwen te accentueren. Ook rode draperingen op de achtergrond, een barok element bij uitstek, versterken de sfeer.

Dit olieverfschilderij van Boel is zonder twijfel een mooi vanitastafereel. De vergankelijkheid uit zich in de dode dieren op het schilderij, waarvan de pauw en de zwaan de meest opvallende zijn. Ook het mooie koperwerk, een Nürnbergse offerschaal en een schenkkan, die niet op hun fraaist getoond worden, maar als het ware op de grond gegooid zijn, sluiten aan bij de vergankelijkheidsidee. Het opengebarsten fruit is een Italiaanse manier om de vanitas te symboliseren. Het stilleven staat in schril contrast met de drie levende dieren in dit schilderij: een papegaai, een hond en een aap. De papegaai is een amazonepapegaai uit Zuid-Amerika: een intelligent dier en een goede prater. Hij kijkt met geopende snavel in de richting van het fruit. Praten staat in stil contrast met het geluidloze stilleven. Bovendien was een papegaai een kostbaar goed. In stillevens benadrukt hij vaak de tentoongespreide luxe.

Uit de collectie van het Rockoxhuis.