Jouw browser ondersteunt niet de vereiste technologie om deze website te bekijken. Upgrade nu.

0
Twee paarden en palfreniers - Roelant Savery

Twee paarden en palfreniers

Roelant Savery

(1576-1639)

Hoewel dit schilderij twee schitterende papegaaien toont, gaat onze aandacht eerst naar de paarden die Roelant Savery hier prominent in beeld bracht. Opvallend is ook dat Savery nauwelijks een landschap geschilderd heeft, op een omwalde burcht in de verte na. Zijn patroon, keizer Rudolf II, was een groot paardenliefhebber. Hij bezat er een zeventigtal. Het witte paard met de manen die tot aan zijn hoeven reiken moet een van zijn favorieten geweest zijn. Savery gaf het vanaf 1613/14 regelmatig een plaats in idyllische landschappen, waar het opvalt tussen de veelheid aan dieren die zijn schilderijen bevolkten. Zowel het witte als het bruine paard komen voor in het Bestiarum van Rudolf II. De stalknechten die de paarden vergezellen, lijken in dialoog met elkaar en zouden volgens de kunsthistoricus Uwe Bischoff kunnen refereren aan de Phaedros van de Griekse filosoof en schrijver Plato. Daarin gaat de filosoof Socrates met Phaedros in dialoog en maakt hij de vergelijking van de ziel met een gevleugeld tweespan. Socrates citeert ook een aantal redenaars. Zouden de papegaaien in dit schilderij symbool staan voor het redenaarstalent, de retorica? Of is dit schilderij alleen maar een reflectie van de uitzonderlijke dieren die Rudolf II verzamelde? De paarden, maar ook de papegaaien.

Aan de linkerkant zit de Ara Macao of de rode ara, een van de meest voorkomende Zuid-Amerikaanse papegaaien die al door de Pre-Colombiaanse volkeren als pasmunt werd gebruikt in de handel met vreemdelingen. Rechts zien we een fiere kaketoe, de molukkenkaketoe (Cacatua moluccensis) die zijn naam dankt aan de Molukken, de enige regio waar hij voorkwam. Deze papegaai is opmerkelijk door zijn mooie oranje tot rode kuif, die mooi afsteekt tegen zijn bijna witte verenkleed. Het is een luidruchtige vogel, die ook leert praten. Rudolf II had er één sinds begin 1601. Het dier is vermoedelijk in 1607 gestorven en werd daarna als opgezet dier bewaard in het rariteitenkabinet van de keizer.


Uit de collectie van het Broelmuseum, Kortrijk