Jouw browser ondersteunt niet de vereiste technologie om deze website te bekijken. Upgrade nu.

De ouders van Petrus Hondius (1578?-1621) waren afkomstig van Kortrijk, maar verhuisden om religieuze redenen naar de Noordelijke Nederlanden. Petrus volgde als kind samen met de latere Leidense professor Heinsius Latijnse les in Vlissingen. In 1596 schreef hij zich in aan de universiteit van Leiden, waar hij letteren en theologie studeerde. In die periode begon hij zijn album amicorum.

In Leiden ontwikkelde Hondius zijn interesse in botanica of plantkunde. Hij volgde er wellicht les bij Clusius. Tijdens zijn studie ging hij op reis naar Frankrijk, waar hij onder meer La Rochelle en Parijs bezocht. In 1604 deed hij in Terneuzen zijn intrede als predikant. Hij woonde er bij burgemeester Serlippens in diens Moffenschans, waarvan hij de tuin tot een botanische lust voor het oog maakte. Hondius schreef er Dapes inemptae of de Moufe-schans, dat is de soeticheyt des buyten-levens vergheselschapt met de boucken. Hij droeg het op aan Serlippens.
Eigenaar: Petrus Hondius
Periode: Opdrachten gedateerd van 1589 en van 1598 tot 1610
Materiaal: Doorschoten exemplaar van de Emblemata van Denis Lebey de Batilly, Frankfurt, 1596, perkamenten band
Collectie: Koninklijke Bibliotheek van Belgiƫ, Brussel
Inventarisnummer: HSII2254
Lees meer